- Massief hout
- eiken, noten, mahonie; werkt mee met het klimaat
- Fineer
- dun laagje edelhout op een dragende plaat; laat los bij vocht
- Marmer
- zwaar, koud, breekt aan hoeken
- Bakeliet
- vroege kunststof, hard en broos, jaren twintig tot vijftig
Fineer is bij oude klokkenkasten de regel, geen uitzondering. Een dun laagje noten of mahonie op een dragende plaat gaf een mooi vlammend beeld tegen redelijke kosten. Waar fineer loslaat, is dat aan de rand te zien en met de vingernagel te voelen. Losgekomen fineer laat zich lijmen, ontbrekend fineer niet zonder inzetstuk.
Massief hout werkt mee met de luchtvochtigheid. Krimpscheuren in een oude kast horen erbij en zeggen weinig over de kwaliteit van de klok. Wat wel telt is of de kast nog haaks staat en of de deur sluit.
Marmeren kasten uit het interbellum zijn zwaar. Hoekschade komt veel voor en is nooit onzichtbaar te herstellen: marmer is geaderd, een vulling loopt niet mee met de tekening.
Bakeliet is een vroege kunststof die hard maar broos is. Barsten rond de schroefgaten komen vaak voor. Schuren en polijsten helpt bij matheid, maar haalt bij te veel druk de bovenlaag weg.
In stappen
- Loop de randen langs met de vingertoppen om loszittend fineer te vinden.
- Zet de kast op een vlakke ondergrond en kijk of hij niet wiebelt.
- Open en sluit de deur: sluit die aan zonder klemmen?
- Controleer de achterplaat: die ontbreekt vaker dan gedacht en hoort erbij.