De meeste storingen bij oude klokken komen niet uit het uurwerk maar uit het gebruik. Een klok die scheef hangt, een veer die met kracht is doorgedraaid, een slinger die tijdens een verhuizing is blijven zitten.
Deze rubriek beschrijft zes handelingen die zonder gereedschap of vakkennis zijn uit te voeren, en zegt erbij waar de grens ligt.
Opwinden
Vaste dag, rustige beweging, en niet doorzetten bij weerstand.
Gelijkzetten en regelen
Vooruit draaien mag, achteruit meestal niet, en de lens regelt het tempo.
Slagwerk bijzetten
De klok laten uitslaan en daarna alleen de uurwijzer verzetten.
Ophangen en waterpas zetten
Een gelijkmatige tik is het bewijs dat de klok goed hangt.
Vervoeren
Slinger en gewichten eruit, klepel vastzetten, kast rechtop houden.
Standplaats en klimaat
Uit de zon, weg van de verwarming, en niet in een vochtige ruimte.